Tot in de jaren 90 was ‘de Stichting’ een vrij besloten gemeenschap. Een gemeenschap die zich kenmerkte door de aanwezigheid van onder andere een eigen kerk, bakkerij, keuken, technische dienst, feestzaal, arbeidstherapeutisch centrum en mortuarium. Daarbij waren er natuurlijk de verschillende afdelingen waar mensen woonden, verzorgd of verpleegd werden. Een begraafplaats mocht daarom niet ontbreken.

Achter op het terrein, voorbij het dierenpark en rechts van de weg die naar de uitgang aan de Kanaalweg gaat ligt de begraafplaats. De begraafplaats wordt omheind door struiken en bomen. Via een grindpad en tussen de rododendrons en treurwilgen door, loopt een pad omzoomd door een coniferenhaag naar de kop van de begraafplaats. Voordat men de eigenlijke begraafplaats opgaat, bevindt zich aan de rechterzijde een apart veldje waar ook enkele mensen zijn begraven. Het betreft hier de graven van niet-katholieken (ongedoopten) en mensen die door suïcide om het leven zijn gekomen. Niet-katholieken en mensen die suïcide hadden gepleegd, mochten namelijk niet in gewijde aarde worden begraven.

Lees meer over de Begraafplaats van de Willibrordusstichting.